Bodemleven

Begin 2021 verkent Platform DIS of een samenwerking met Bodemzicht gestalte kan krijgen. Daarin zal het bodemleven centraal staan. Bodemzicht is een regeneratieve demonstratieboerderij gevestigd op Landgoed Grootstal in Nijmegen. Bodemzicht verkent – voor het westen – nieuwe vormen van landbouw en wil ecologische en circulaire werkwijzen delen met geïnteresseerden.

Platform DIS – voor beeldende kunst en reflectie – ziet het zelf als een fluïde procesmatige entiteit dat via transactie met andere organismen en entiteiten evolueert. Regeneratieve boerderij Bodemzicht ontwikkelt gegronde en veerkrachtige landbouw vanuit circulariteit. Samen zijn zij geïnteresseerd om de kwaliteit van het bodemleven vanuit artistiek onderzoek, voor de duur van minimaal een jaar en in samenwerking met kunstenaars, wetenschappers en beleidsmakers te verkennen.

Hypothese
– complexe processen van transactie tussen diverse entiteiten (zoals atmosfeer, microben, klei, kip) leiden tot verrijking van levenskwaliteit van die entiteiten en hun omgeving, samen bodemleven genoemd;
– regeneratieve boeren werken holistisch, cyclisch en situationeel, waarbij meten van bodemkwaliteit volgens meer gestandaardiseerde/klassieke modellen niet adequaat is;
– meetinstrumenten om die complexe transactie in kaart te brengen dienen nog ontwikkeld te worden.

De vraag die zich hieruit ontwikkelt luidt:
Hoe kunnen regeneratieve boeren de kwaliteit van bodemleven op inclusieve wijze meten, rekening houdend met de human-bias die dit onderzoeken en de instrumenten met zich meebrengen?

Platform DIS en Bodemzicht denken dat juist kunstenaars en ontwerpers dit meten en het contact maken met bodemleven op andere wijze kunnen bevragen en benaderen, doordat zij een positie van buiten het veld innemen en daardoor belangeloos kunnen onderzoeken. Voor het ontwikkelen van experimenten, onderzoek, scenario’s e.d. om tot meten te komen is echter expertise waardevol van wetenschappers op het gebied van natuurwetenschappen (hoe werken de natuursystemen) en menswetenschappen (hoe leven wij samen). Tevens denken we dat beleidsmakers behulpzaam kunnen zijn, aangezien zij richtlijnen uitzetten van waaruit we handelen.

Het team Bodemleven bestaat uit: kunstenaar Sanne Vaassen, New media artist Špela Petrič, Het Nieuwe Instituut bij monde van onderzoeker digitale cultuur en medebedenker van de Zoöp Klaas Kuitenbrouwer, het Radboud UMC bij monde van intensivist Hugo Touw, Onder het maaiveld (IUCN) vertegenwoordigd door ecoloog Caspar Verwer, bodem-ecoloog Wim van der Putten, onder meer werkzaam voor NIOO-KNAW en oprichter van Centrum voor Bodemecologie/Centre for Soil Ecology, Agro-ecoloog Pablo Tittonel en rechtsgeleerde-jurist, boer en verbinder Amadou Aliou Sow, tevens ambassadeur voor Kleurrijk Groen. Transitiedenker en regeneratiedeskundige Anne van Leeuwen activeert ons denken en invoelen namens Stichting Bodemzicht en bioloog, ecosysteem-designer en co-oprichter Ricardo Mateo Cano zal het team inleiden in boerderij Bodemzicht. Artistieke-Infrastructeur Wouter Engelbart zal namens Stichting Platform DIS het proces begeleiden.

In dit blog vind je aanvankelijk een eerste associatieve oriëntatie op het thema en daarna een verslag van ontwikkelingen (vanaf april 2022).

Two-slit diffraction pattern by a plane wave.

In de paragraaf Measurement matters, zet Quantum-fysica en denker Karen Barad uiteen welke kritiek Niels Bohr heeft op de klassieke epistomologische en ontologische aannames die zijn ontstaan in de verlichting, om te komen tot nieuwe inzichten over de verstrengeling tussen deeltjes, meetinstrument en alles hieromheen. Epistemologie staat kortweg voor kennisleer – de wijze waarop we kennis kunnen ontwikkelen, wat kennis is – en ontologie gaat over het ‘zijn’. Voor Bodemleven is deze kentering essentieel, omdat veel onderzoek nog vormgegeven lijkt te worden vanuit dit klassieke denken, hetgeen leidt tot geïsoleerd onderzoek naar ‘individuele entiteiten’. In Bodemleven proberen we juist de intra-actie te onderzoeken, hoe bodem leeft, waarmee er in bodem leeft, wat levenskwaliteit voor de bodem inhoudt en hoe we die kwaliteit kunnen meten.

Measurement matters: Bohr’s epistemological framework
“Classical epistemological and ontological assumptions, such as the ones found to underlie Newtonian physics, include the existence of individual objects with determinate properties that are independent of our experimental investigations of them. This accounts for the fact that the process of measurement is transparent and external to the discourse of Newtonian science. It is assumed that objects and observers occupy physically and conceptually separable positions. Objects are assumed to possess individually determinate attributes, and it is the job of the scientist to cleverly discern these inherent characteristics by obtaining the values of the corresponding observation-independent variables through some benignly invasive measurement procedure. The reproducibility of measured values under the methodology of controlled experimentation is used to support the objectivist claim that what has been obtained is a representation of intrinsic properties that characterize the objects of an observation-independent reality. The transparency of the measurement process in Newtonian physics is a root cause of its value to, and prestige within, the Enlightenment culture of objectivism.

Bohr called into question two fundamental assumptions that support the notion of measurement transparency in Newtonian physics: (1) that the world is composed of individual objects with individually determinate boundaries and properties whose well-defined values can be represented by abstract universal concepts that have determinate meanings independent of the specifics of the experimental practice; and (2) that measurements involve continuous determinable interactions such that the values of the properties obtained can be properly assigned to the premeasurement properties of objects as separate from the agencies of observation. In other words, the assumptions entail a belief in representationalism (the independently determinate existence of words and things), the metaphysics of individualism (that the world is composed of individual entities with individually determinate boundaries and properties), and the intrinsic separability of knower and known (that measurements reveal the preexisting values of the properties of independently existing objects as separate from the measuring agencies). Let’s examine the role of these assumptions in detail and consider Bohr’s specific challenges to them.”

Barad, K. (2007). Meeting the Universe Halfway. Quantum Physics and the Entanglement of matter and meaning. London: Duke University Press. (p.106-107)

DescriptionSuper-Kamiokande is a neutrino observatory located under Mount Ikeno.
Zie een artikel over deze bijzondere locatie en observatorium.

[…] “we are part of that nature that we seek to understand. Bohr argues that scientific practices must therefore be understood as interactions among component parts of nature and that our ability to understand the world hinges on our taking account of the fact that our knowledge-making practices are social-material enactments that contribute to, and are a part of, the phenomena we describe.” (Barad, 2007, p. 26)

James Turrell (2007). Skyspace. Yorkshire Sculpture Park

[…] “I hope my exploration will make clear that entanglements are highly specific configurations and it is very hard work building apparatuses to study them, in part because they change with each intra-action. In fact it is not so much that they change from one moment to the next or from one place to another, but that space, time and matter do not exist prior to the intra-actions that reconstitute entanglements.” (Barad, 2007, p. 74)

The layers of the earth in a clay pit. Afb. via revitalization.org.

Barad uit kritiek op ons klassiek idee van interactie, waarin uitgegaan wordt van afzonderlijke individuele wezens die voorafgaan aan hun interactie. Intra-action erkent dat verschillende acterende ‘dingen’ of subjecten (agencies) niet voorafgaan aan, maar eerder voortkomen uit hun intra-actie. Intra-actie gaat over dynamiek van krachten waarin alle ‘dingen’ continue uitwisselingen ontwikkelen, uitwaaien en zich onafscheidelijk gedragen. Als we de bodem bestuderen, zoals we binnen Bodemleven willen doen, en meer specifiek de kwaliteit, dan zullen we de kwaliteit van intra-actie moeten door’gronden’.

12-inch. repetitiecircel van Jean-Charles de Borda. Gemaakt rond 1791 door instrumentenbouwer Etienne Lenoir.

Instrumentarium
Het instrument repetitiecirkel werd gebruikt voor driehoeksmeting in de periode net na de Franse Revolutie van 1789, in de hoogtij van de Verlichting. In de periode voorafgaand aan de revolutie waren er zeer veel meetinstrumenten en maten in omloop, die als een dialect per regio verschilden. De Fransen zochten naar een universele maat: de meter. Een product voor de markt en voor het in kaart brengen van land. Eén van de ideeën was om een handzame afgeleide eenheid te maken van de omtrek van de aarde: de meter, het tienmiljoenste deel van de omtrek van de aarde. Voor het vaststellen van de maat werd een team samengesteld dat geodetische driehoeksmetingen zou gaan verrichten (een merediaanmeting) tussen Duinkerke en Barcelona. Deze triangulatie is nodig om tot een rechte lijn te kunnen komen. Hoe Jean-Baptiste Joseph Delambre en Pierre Méchain de metingen op heuvels en in kerktorens uitvoerden is beschreven in het boek met de veelzeggende titel ‘de maat van alle dingen‘, een zevenjarige zoektocht naar de universele meter, geschreven door Ken Alder.

Je kunt je voorstellen dat als de meter eenmaal ontwikkeld is, deze standaard ietwat krimpt of uitzet door foutieve metingen of materiaaleigenschappen van de Metre des Archives, waardoor de maat aller dingen wijzigt. De standaard maat illustreert de standaardisatie en de wil van West-Europa om alles te willen ‘bepalen’.

KNMI Research. Satellite Observations.

Het krimpen en uitzetten van de meter laat zien dat niet enkel het materiaal waaruit de meter gemaakt is, maar ook de condities waarin die meter verkeert de standaardisatie beïnvloeden. De meter is situationeel. Dat geldt ook voor de sociaal-culturele setting waarin de meter gehanteerd wordt. Het is een westers model dat andere vormen van meten kan buitensluiten.

Het Nieuwe Instituut stelt dat we vanuit een zwerm van instrumenten onderzoek dienen uit te voeren en dat die instrumenten gekalibreerd dienen te worden. Zoals diversiteit van stemmen leidt tot inter-subjectiviteit in waarneming. Deze werkwijze wordt benoemd binnen het project: Measuring The Ecological Development Of A Zoöp. De context van de uitspraak is het meten van de kwaliteit van de zoöp. Het Nieuwe Instituut initieerde bij monde van Klaas Kuitenbrouwer het Zoöp-project (een nieuwe vorm van coöperatieve wettelijke entiteit die lidmaatschap verleent aan mensen en andere levende organismen). Het begrip zoöp is een samenstelling van het Griekse zoë [leven] and co-operation [samenwerken: zelforganisatie van belanghebbenden]. Het project baseert zich op praktijkonderzoek in ontwerp en toepassing van nieuwe soorten van wettelijke formats van samenwerking tussen mensen en collectieve gemeenschappen van ‘nonhumans’, met als idee om ecologische regeneratie te steunen. Deze wijze van denken over ontwerp, kan het project Bodemleven wellicht verrijken met het ontwerpen van nieuwe vormen van meten van bodemkwaliteit. Als we als mens samenleven met andere ‘bewuste en niet bewuste levensvormen’ (van pier tot bewolking) en we willen die intra-actie meten, dan is het leren denken vanuit een zoöp essentieel. In het meten komen filosofie, beleid, onderzoek en samenwerking tussen allerlei ‘inter-subjecten’ samen.

Het meten van de complexiteit van intra-actie in en rond bodemleven vraagt niet zozeer om een standaard, maar om een verkenning van oude werkwijze, reeds bestaande processen die enkel zeer lokaal bekend zijn en nieuwe ontwikkelingen waarachter ander pragmatisme of een andere levensfilosofie schuilgaat.

Hoe kunnen regeneratieve boeren de kwaliteit van bodemleven op inclusieve wijze meten, rekening houdend met de human-bias die dit onderzoeken en de instrumenten met zich meebrengen?

Hoe kan artistiek onderzoek

nieuwe inzichten geven,

en mensen meenemen,

in het belang van

bodemkwaliteit gezondheid?


“If material emerges from our apparatus, they would be closely paired in one-to-one relations: our apparatus, our material. We leave aside the material reacting across it’s varied components; we leave aside nonhuman relational apparatuses. Some of this problem is addressed in the scholarly turn to multiplicity, which shows us multiple knowledge apparatuses acting simultaneously. Yet as long as human knowledge apparatuses continue to make up the frame through which we know multiplicity, nonhuman makings never enter.”

Uit: Anne L. Tsing. When the Things We Study Respond to Each Other. Tools for Unpacking “the Material”, p. 016. In: Jacque, Otero Verzier, Pietroiusti. More than Human. 2020.


Zou de hermafrodiete rondworm C. Elegans ons willen helpen met ons artistiek onderzoek naar nieuwe vormen van meten van bodemkwaliteit?

“I cannot write contours into pre-existing units. Instead, I watch gatherings of “ways of being.” Species identification can be a good clue to the ways of being of living things, but it’s not the only one. We know this well for humans. Farmers and scientists “do” landscapes differently, despite common species, because of their ways of being, which are shaped by habits and legacies we gloss as “culture” and “historie”. Habits and legacies are equally relevant to the lives of other species. An organism in one environment may be a peaceable companion to it’s neighbours; out of that setting, it may become a virulent destroyer. Species identifications are not enough to know such ways of being, which draw me into environmental histories and microecologies.” (Idem, P. 022.)

“The material [a cloud, earthworm, an analysis, mineral, fungi] becomes multiple, and it’s components are engaged in their own constitutive interrelations.” (Idem, P. 021.)

Anna L. Tsing maakt hier gebruik van het gedachtengoed van Karen Barad, die stelt dat materie zoals organismen of kleiafzettingen, geen op zichzelf staande (liggende : ) entiteiten zijn, zich ontwikkelend vanuit een autonoom zelf, maar voortkomen vanuit het materiaal en daarin opgenomen interacties. En omdat een aardworm voortkomt uit aardwormen, mineralen, regenval, fungi en zo voorts. kunnen we hen zien als multiple, als inter-vidu (Henk Oosterling), een tussen/deelbaar-wezen.

Vanuit die optiek kunnen wij ons ‘zelf’ verkennen als samengesteld wezen dat positief wederzijds afhankelijk is.

Alexander von Humboldt’s Tableau Physique uit 1807 uit de centrale bibliotheek in Zurich, waarin vegetatie en hoogte tezamen in kaart gebracht worden.

MIcro ∞ macro
“De natuur is een levend geheel,” verklaarde hij later, “geen werkeloze massa stenen.” Stenen, planten, dieren en mensen waren allemaal van één scheppende kracht doortrokken, en het was deze ‘wijdverbreide overvloed des levens” waarvan hij het meest onder de indruk was. Zelfs de atmosfeer droeg een begin van leven in zich: stuifmeel, insecteneitjes en zaden. Het leven was overal en er waren “onophoudelijk organische krachten aan het werk”. Humboldt was niet zozeer geïnteresseerd in het ontdekken van nieuwe, losstaande feiten, als wel in  het aanbrengen van verbindingen. De waarde van de afzonderlijke verschijnselen lag uitsluitend in hun relatie tot het grotere geheel, zo schreef hij. 

Uit: Andrea Wulf: De uitvinder van de natuur. Het avontuurlijke leven van Alexander von Humboldt. (2015)

Von Humboldt schreef in het begin negentiende eeuw niet enkel over de schoonheid van natuurfenomen maar ook over de verwoesting door het kolonialisme in Zuid-America, over zowel de ecocide door het aanleggen van plantages als over het tot slaaf maken van medemensen. Von Humboldt studeerde fenomenen op microniveau om systemen op macroniveau te doordenken, in beeld te brengen en te bekritiseren.

Oriëntatie
We groeien in het Westen op en daarmee met een Westerse sociaal-culturele bril, waarvan we niet meer weten dat we er een dragen. Dit transparante raam zorgt voor inzichten, maar leidt ook tot blinde vlekken. Zo werkt het. Alternatieven blijven buiten beeld. En zoals eeuwenlange ervaring in omgaan met bodem als productiefenomeen het Westen blind maakt voor alternatieve vormen van bodemleven, zo werkt dat ook met meer abstracte begrippen en ideeën zoals tijd en plaats en jouw oriëntatie op de wereld.

James Cook (18e eeuw) hanteerde kaarten om te navigeren op zee. Deze kaarten zijn een instrument dat westers is. Scheepvaarders uit het Westen bezien de wereld vanuit het perspectief van de gehele aardbol, vanuit coordinaten van breedtegraden (hoek tot hemellichamen, zoals de zon) en lengtegraden (uitvinding) voor precieze meting door John Harrison op driekwart van de 18e eeuw, de chronometer). Deze methode wordt ook wel objectief genoemd. 

Cook vaart ondermeer in Polynesië (1768 – 1779). Polynesiërs varen niet middels coördinaten, maar vanuit hun ‘persoonsperspectief’. Ze varen niet naar een eiland toe, maar “vissen een eiland op, vanaf de horizon”, zoals Lucas Brouwers beschrijft in podcastaflevering #154 van Onbehaarde Apen. Als de wind zo hard is dat het niet goed lukt om het eiland te benaderen, dan is het eiland ‘afgezakt’. Hele praktische fenomenen, zoals een vogel met een vis in de bek, geven richting aan. De vogel vliegt zeer waarschijnlijk naar land om jonge te voeden, en niet naar zee. Denk ook aan het kunnen waarnemen van getijdenstromen.

Een kaart van Cook van New South Wales uit 1770, waarop het gebied middels coördinaten in beeld gebracht is.

De Polynesische navigator Tupaia werd door Cook gevraagd om hem te helpen navigeren op zijn schip de Endeavor. Hier kwamen twee systemen samen die Tupaia probeerde in een vertaling samen te brengen in een kaart. Tupaia neemt niet het systeem over van de Westerse geografie, maar probeert ervaringen van navigatie door Polynesiers als het ware in te passen in de kaarten van Cook. 

Hoe de kaarten van Tupaia gelezen dienen te worden is recent herontdekt door twee Duitse literatuurwetenschappers. Interessant hieraan is enerzijds dat juist de ‘vertaling’ essentieel is geweest voor de herontdekking van de notatie wijze van Tupaia. De Duitse onderzoekers dachten vanuit vragen als: hoe worden verhalen verteld, hoe komen de kaarten tot stand? En dat zijn goede vragen, aangezien Polynesiërs routes onthouden en doorgaven via verhalen of liederen. En juist de volgordes van navigatie spelen een rol in de vertaling die Tupaia maakte om twee systemen van waarnemen en navigeren samen te brengen. Anderzijds is het opvallend dat de kopieën van de kaarten  in Duitsland terecht gekomen zijn – de originele kaarten zijn onvindbaar – waardoor Polynesische wetenschappers geen kans hadden om de kaart te bestuderen en ‘uit te leggen’.

* Op de kaart van Tupaia wordt een eiland bijvoorbeeld meerdere keren afgebeeld, omdat de kaart ‘routes’ bevat. Je navigeert via eiland A naar eiland B, maar je kunt ook via eiland C naar B. Eiland B komt dan bijvoorbeeld twee keer op de kaart. Zo wordt een meer anekdotisch verslag verbeeld op een kaart, vanuit gedeelde ervaring IN het landschap.

Een kopie van de kaart die Tupaia ontwikkelde van een deel van een gebied in Polynesië.
Still, uit: How to take a soil sample (2011),
van Elaine Ingham en Gail Swithenbank.

Soil Care
Maria Puig de la Bellacasa schrijft in Soil Times. The Pace of of Ecological Care over Making Time for Soil (Care). Volgens Puig de la Bellacasa dienen we op nieuwe manieren te denken over en handelen in wat tijd is voor andere organismen en assemblages dan mensen. Mensen leven in andere tijdscondities dan bacteriën, fungi, bodem. We zullen naast een lineair perspectief een regeneratief seizoensperspectief moeten innemen. Onze omgang met bodem zullen we anders moeten ‘leven’, dan deze enkel te benaderen als drager van gewassen voor mensen (meer als ‘multiplication of soil functions’ [and soil being].

Halverwege Soil Times, verwijst Puig de la Bellacasa naar bodem microbioloog Elaine Ingham, die met informatieve en ook bewust komische instructiefilms probeert om het bodemleven toegankelijk te maken. In dit fragment (2011) instrueert Ingham hoe wij als leek met behulp van ‘really expensive high-tech piece of equipment called a apple corer’ een  sample uit de bodem kunnen nemen.

Ervaring – wetenschap
Dat wetenschap uitoefenen geen geïsoleerd maar gesitueerde activiteit is van wederzijdse invloed, wordt niet enkel vanuit enkele kritische westerse wetenschappen uitgedragen – zoals hierboven door Karen Barad (of door bijvoorbeeld beyond-human-antropoloog Eduardo Kohn en botanist Stefano Mancuso – maar is een fundamenteel inzicht van vele oorspronkelijke lokale tradities, waarvan Robin Wall Kimmerer er een beschrijft.

“In the old times, our elders say, the trees talk to each other. They’d stand in their own council and craft a plan. But scientist decided long ago that plants were deaf and mute, locked in isolation without communication. The possibility of conversation was summarily dismissed. Science pretends to be purely rational, completely neutral, a system of knowledge-making in which the observation is independent of the observer. And yet the conclusion was drawn that plants cannot communicate because they lack the mechanisms that animal use to speak. The potentials for plants were seen purely through the lens of animal capacity.“

Kimmerer, Robin Wall (2020). Braiding Sweetgrass. Indigenous Wisdom, Scientific Knowledge and the Teaching of Plants. UK: Penguin Books. (P. 19.)

Kimmerer gaat in op de wijze waarop bomen onder- en bovengronds met elkaar communiceren, via partners als fungi, dieren of de wind. Merlin Sheldrake verhaalt in Entangled Life / Verweven leven over de verborgen wereld van schimmels en hoe zij afgestemd zijn op bomen en andere organismen en mineralen.

Cultuur-politiek
Bodem is ook cultuur-politiek. Plant bioloog Robin Wall Kimmerer schrijft over de settlers – de kolonisten – die land als bezit zien en bodem als natural resource, als bron waaruit de mens mag putten en waarop de kolonist ‘beplaat’. Deze zienswijze is blind voor land en bodem als ‘van zichzelf’, waaruit de mens geschenken mag ontvangen en waarover ze verantwoordelijkheid draagt.

“Children, language, land: almost everything was stript away, stolen when you weren’t looking because you were trying to stay alive. In the face of such loss, one thing our people could not surrender was the meaning of land. On the settler mind, land was property, real estate, capital or natural resources. But to our people, it was everything: identity, our connection to our ancestors, the home of our nonhuman kind folk, our pharmacy, out library, the source of all that sustained us. Our lands were where our responsibility to the world was enacted, sacred ground. It belonged to itself; it was a gift [*], not a commodity, so it could never be bought or sold. These are the meanings people took with them when they were forced from their ancient homeland to new places. Whether it was their homeland or the new land forced upon them, land held in common gave people strength; it gave them something to fight for. And so – in the eyes of the federal government – that believe was a threat.”

Kimmerer, Robin Wall (2020). Braiding Sweetgrass. Indigenous Wisdom, Scientific Knowledge and the Teaching of Plants. UK: Penguin Books. (P. 17.) Originally published in 2013 by Milkweed Editions.

* Kimmerer citeert Lewis Hayes om het verschil te duiden tussen gift/geschenk en commodity/grondstoffen die vermarkt worden:
“It is the cardinal difference between gift and commodity exchange that a gift establishes a feeling-bond between two people.”
Wat heeft deze duiding van gift/geschenk met onze vraag naar bodemkwaliteit te maken? Kimmerer legt de relatie tussen gift en verantwoordelijkheid, met in haar uitleg de prachtige deelzin ‘at it’s root, reciprocity’:

From the viewpoint of a private property economy, the ‘gift’ is deemed to be ‘free’, because we obtain it free of charge, at no cost. But in the gift economy, gifts are not free. The essence of the gift is that it creates a set of relationships. The currency of a gift economy is, at it’s root, reciprocity. In Western thinking, private land is understood to be a ‘bundle of rights’, whereas in a gift economy property has a ‘bundle of responsibilities attached.”
Kimmerer, Robin Wall (Idem, p. 28.)

Zie ook Anna Tsing’s idee van peri-capitlism, over de dynamiek tussen gift en commodity.

13-12-2021
Prachtige post van Bodemzicht >>

Fungi can really bring out the beauty in decay!
found this funky, almost fluorescent, coral spot (I guess) fungi on a dead fruit tree branch.

Fungi are such amazing versatile beings and enablers (as in their symbiotic relationships with plants) and also incredible powerful when it comes to breaking things down. Very little beings can process strong and complex stuff as wood. With their radical chemistry, fungi are able to do it.

Fungi were also the beings that built the initial soils on Earth by decomposing rocks. The are the beginning and end of all plant life. And what is really refreshing about fungi is that they defy and challenge about any concept we might have in western societies: whether it concerns individuality (where is the difference between a plant root and mycorrhizal fungi), sexuality (fungi can have way more sexes and forms of sexuality than we can even imagine) or life itself (seems to be more of a process when you look at what a mycelium does than a collection of beings).

Fungi help me to think differently about what it means to be human in the 21st century. Or as Merlin Sheldrake puts it beautifully in ‘Entangled Life’, his book on fungi:

“We are ecosystems, composed of – and decomposed by – an ecology of microbes, the significance which is only now coming to light. The 40 trillion-odd microbes that live in and on our bodies allow us to digest food and produce key minerals that nourish us. Like the fungi that live within plants, they protect us from disease. They guide the development of our bodies and and immune systems and influence our behaviour. If not kept in check, they can cause illness, and even kill us. […] Symbiosis is a ubiquitous feature of life.”

Screenshot quote Robin Wall Kimmerer. VPRO Tegenlicht, zondag 8 september, 21.05 uur, NPO2
In de ban van het bos.

“Saying it, makes a living land into ‘natural resources’.
If a maple is an it, we can take up the chain saw. If a maple is a
her, we think twice.”

(Kimmerer, 2013)

Wetenschapper en Potawatomi-burger Robin Wall Kimmerer beschrijft in Braiding Sweetgrass waarom het leren van Ojibwe zo lastig is, een taal dicht bij het Potawatomi, de taal van haar grootouders. Ze staat op het punt te stoppen met het leren van de taal als ze het werkwoord wiikwegamaa tegenkomt, to be a bay. Het werkwoord ‘een baai zijn’ toont een levendig water, dat deelneemt aan haar omgeving van kuststroken en ceders. Het zelfstandig naamwoord voor baai wordt enkel gebruikt als het water dood is. Dan wordt het gedefinieerd door mensen als zijnde een passief ‘object’ dat zich tussen de elementen in bevindt.

In het Westen beschrijven we de wereld om ons heen als een ‘it’/het’ op afstand en gedepersonaliseerd. Dit objectiveren is geleidelijk ontstaan. We worden ‘in cultuur’ gebracht. Via de taal leren we bepalen wat wat is, leren we ‘zelf-standige’ naamwoorden en structureren we onze omgeving. We weten niet dat hoe we spreken, maar één van de mogelijkheden is. Voor ons is het waarheid. We bezien de wereld echter door een voor ons onzichtbare sociaal-culturele glazen plaat, een set aan vooronderstellingen waarvan we niet weten dat het vooronderstellingen zijn. Daarmee laten we een meer een immersieve en meer animistische leefwijzen van peuter en kleuter achter ons.

Specialized proteins in the cell membrane regulate the concentration of specific molecules inside the cell.
© 2010 Nature Education

Plankton is geen walvis en een walvis geen plankton. Het is handig om subjecten als een zelf te zien, het is waardevol gebleken om te kunnen abstraheren, om analytisch te kunnen zijn. Maar plankton kan walvisachtig worden en een walvis planktonachtig. Er is sprake van een doorwaadbaar gebied dat lastig in taal te vangen is en wellicht helpt het Potawatomi om die intra-actie meer voelbaar te maken. Hoe maken we de verwevenheid van ons zelf en alle andere entiteiten om ons heen invoelbaar? En taal stuurt ons hierin. In de woorden van Kimmerer:

[…] to be bilingual between the lexicon of science and the grammar of animacy.”

Piet Devos spreekt over Skinscapes. Dat is de ervaring dat je met je lichaam ín de wereld staat, tussen het anderen, poreus-membraanachtig. Als we over bodem willen denken, en een nieuw instrumentarium willen ontwikkelen, dan ontkomen we niet aan het erkennen van onze bias in taal, in visie, in vooronderstellingen. Die kan ons het zicht op gevoel van onze relatie met de bodem op afstand zetten. Als we bodemkwaliteit willen meten en relaties willen leggen tussen bodemgezondheid en die van ons als mens, dan is het kiezen van een adequate taal essentieel. En als we leren om in intra-actie te zijn met de wereld in en om ons, dan komen we wellicht uit bij Kimmerers gedachten:

Imagine the access we could have to different perspectives, the things we might see through others eyes, the wisdom that surrounds us.”

New media artist Špela Petrič is één van de twee kunstenaars die deelneemt aan Bodemleven. Onze motivatie op Špela te vragen naast haar expertise in biologie én beeldende kunst, is haar vermogen om voorbij grenzen te denken die we als mens zelf creëren. Špela heeft een PhD in biologie en doorliep een master in beeldende kunst aan het LUCA in Brussel. Momenteel werkt Špela als onderzoeker aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar ze onderzoek verricht naar automatiseringsprocessen van zorg binnen de tuinbouw en in medicijnproductie.

In een podcast genaamd Transgressing Border Narratives, ontwikkeld door het interdisciplinaire filosofieplatform Futurebased in samenwerking met Marjolein Pijnappels, vertelt Špela onder andere over de hiërarchische constructie die het westen vanaf de klassieken ontwikkelde. Het denkmodel leidt tot discriminatie door de mens en een idee van dominantie van de mens over de ander en over al het andere. Een voorbeeld hiervan is de vraag of we planten kunnen zien als ‘persoonlijkheden’. Špela antwoordt hoe juist deze bewoording laat zien dat we dit soort (taal)systemen áls mens over andere entiteiten heen leggen of op andere entiteiten projecteren. Het blijkt lastig om voorbij ons zelf te denken over anderen. Hoe kunnen we als mens de intrinsieke waarde van het andere om ons heen erkennen?

Beeld van Skotopoiesis. Een performance door Špela Petrič.